wees auditief toegankelijk

Beleid

Beleid tav ringleidingaanleg

Ringleidingen stellen ernstig slechthorenden in staat om ook op grotere afstand spraak/zang te kunnen verstaan/horen zonder storing van omgevingsgeluid. Vanuit de NVVS propageert men al meer dan 40 jaar de aanleg van ringleidingen. Daarnaast zijn er nu andere mogelijkheden, zoals een goede audio installatie in een zaal met goede akoestiek of een persoonlijke ringleiding (solo apparatuur). Wanneer bij nieuwbouw met de aanleg van een ringleiding rekening wordt gehouden dan is dit een stelpost van 2000€, naast de audio installatie; hiervoor kan men dan vaak ook nog subsidie verkrijgen. Men moet zich realiseren dat alleen slechthorenden met een hoorapparaat voorzien van een zg t-stand (luisterspoel) hiervan gebruik kunnen maken. Hierover beschikken mensen met een ernstige hoorhandicap (afgezien van doof). Numeriek is dit een relatief klein deel van hen met een auditieve handicap; kwalitatief hebben zij bijzonder veel gemak van zo’n ringleiding die veelal ook beter is dan bovengenoemde alternatieven.

Helaas is de wettelijke plicht om te zorgen voor een goede spraakverstaanbaarheid in gebouwen (NEN 1814 2001) nauwelijks bekend. Achteraf een ringleiding aanleggen is duurder en kan technisch moeilijker zijn. Bij de beslissing tot aanleg achteraf, dient men te onderzoeken hoeveel slechthorenden hiermee geholpen zijn. Meldingen van slechthorenden vormen een indicatie, waarbij bedacht moet worden dat de locatie gemeden wordt als er geen ringleiding ligt. Met behulp van website (www.hoorwijzer.nl) wordt de aan-of afwezigheid hiervan in toenemende mate inzichtelijk gemaakt, evenals de kwaliteit. Dit zal leiden tot een geleidelijke toename van het aantal persoon dat zijn voordeel doet met de ringleiding.

Het huidige beleid is/wordt om de handicap totaal te compenseren, dwz afhankelijk van iemands activiteitenpatroon zou naast het gehoorapparaat ook een ziekenfondsvergoeding voor soloapparatuur mogelijk zijn/worden. Ook zijn er opties waar de apparatuur in bruikleen wordt verstrekt. Solo apparatuur kan gezien worden als een persoonlijke ringleiding die het gehoorapparaat ondersteunt bij een niet al te grote hoorhandicap. Leerlingen met dagelijks veel onderwijscontacten en werkenden hebben soms bijzonder veel baat bij dergelijke apparatuur, naast hun hoorapparaat. Ziekenfondsen en het UWV vergoeden in toenemende mate soloapparatuur. De trend gaat door, maar uit kostenoverweging kan men hier vragen bij stellen. Immers een ringleiding hoeft niet veel duurder te zijn dan een soloapparaat, gaat 30 jaar mee en kan veel bezoekers plezieren, versus soloapparatuur welke zo’n 8 jaar mee gaat en individueel is en daarbij vaak moeilijk interactief is te maken door het ontbreken van een tweede microfoon.

Zoals boven aangegeven is slechts een klein deel van de auditief gehandicapten geholpen met een ringleiding. Anderen met een minder zwaar gehoorverlies, gebruiken vaak uit kostenoverwegingen een hoortoestel zonder t-stand; daarnaast is er een groep die na jaren nog steeds niet over een hoortoestel beschikt of daar nog net niet aan toe is. Voor hen is een ringleiding (nog) niet geschikt. Zij kunnen zich vaak nog wel redden in kleine groepen maar niet meer in grotere ruimten. Voor een deel is dit leeftijdsafhankelijk. Het betreft hier zo’n 800.000 mensen.Zie de figuur die ook inzicht geeft in de relatieve verhoudingen.. http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o5546n17764.html

Figuur: Verstaanbaarheid (met hoorapparaat) in een groep van >3 personen, afhankelijk van de leeftijd. Met het ouder worden neemt het aantal klachten over het verstaan sterk toe. Boven 65 jaar heeft 10% van de mannen (vergelijkbare cijfers voor de vrouwen) grote moeite met de verstaanbaarheid. Zij hebben extra apparatuur nodig zoals een ringleiding of solo apparatuur (= persoonlijke ringleiding). Door het beperkte spraakverstaan mijdt men gezelschappen met de kans op vereenzaming. Adequate gehoorondersteuning stimuleert hen ook mee te doen en het beste uit zichzelf te halen. Beheerders van gebouwen reageren soms negatief op basis van het geringe aantal verzoeken om gehoorondersteunende apparatuur. Deze negatieve spiraal moet worden omgebogen: een groter aanbod zal bij een goede regeling het bezoek stimuleren zeker ook nu (licht) auditief gehandicapten in toenemende mate opkomen voor hun recht om ook mee te kunnen doen. Gezien het grote aantal verschillende hoorhandicaps en ook de grote verscheidenheid aan openbare gelegenheden waar men goed moet kunnen verstaan, dient men vaak nader onderzoek te doen naar de samenstelling van het bezoek ten einde daarna een adequate hulp te kunnen verschaffen. Onderstaande tabel geeft een inzicht in de verschillende categorieën met hun specifieke wensen (de cijfers zijn een ruwe schatting).

categorie

basisuitrusting

hulpmiddel(en)

Aantal in Ned

Compleet doof vanaf jeugd

Geen apparatuur

Gebarentolk[1]; PP[2] presentatie

30.000

Laat doof zonder CI

Geen apparatuur

Gebarentolk/Schrijftolk; PP presentatie

20.000 neemt af

Laat doof met CI

CI processor

Ringleiding of solo apparatuur (?)

3000 neemt toe

Zwaar slechthorendheid

hoorapparaat

Schrijftolk; ringleiding of soloapparatuur (?)

50.000

Middelmatig slechthorend (>35 dB gehoorverlies)

hoorapparaat

Ringleiding of soloapparatuur

300.000

Matig slechthorend + minderwaardigheidscomplex

toestel vaak zonder ringleiding

Solo apparatuur of kinbeugel goede audio + goede akoestiek

200.000

Licht hoorverlies

Geen toestel

Goede audio installatie + goede akoestiek of solo apparatuur

300.000

ouderdomsdoofheid

Evt hoorapparaat

soloapparatuur in de plaats van een hoorapparaat

400.000

Uit de tabel wordt duidelijk dat bij zeer ernstige hoorhandicap een schrijftolk aanwezig moet zijn, bij ernstige hoorhandicap moet er een ringleiding zijn, terwijl bijna alle andere, met name lichtere categorieën baat hebben bij soloapparatuur of kinbeugels. Los van de apparatuurmogelijkheden dient men zich realiseren dat een goed spraakverstaan begint bij de spreker: men moet langzaam en duidelijk spreken en men moet zo staan dat liplezen mogelijk is wat betreft afstand en lichtinval. Het zou al heel wat schelen als mensen zich dit zouden realiseren en continue in de praktijk brachten. Deze stelling verder propageren met periodieke herhaling moet men zien als een essentieel onderdeel van dit programma om auditief gehandicapten meer mee te laten doen.

Wat betreft tolkhulp: velen die regelmatig een tolk nodig hebben kunnen hiervoor toestemming krijgen van de Verzekeraar of via UWV voor een bepaald aantal uren in de vrije tijd respectievelijk de werktijd. Voor anderen die incidenteel een openbare gelegenheid bijwonen regelt men bij voorkeur zelf een tolk via Tolknet. Soms kan deze schrijftolk via een beamer alle aanwezige slechthorenden bedienen. Het is dan mogelijk om iemand te vragen zijn/haar tolkuren hiervoor beschikbaar te stellen.

Wanneer iemand slecht hoort, dan duurt het vaak jaren voordat men de stap waagt naar een hoorapparaat. In deze periode is bij gelegenheid een goed solo apparaat vaak een goed hulpmiddel. Goede ervaringen in een openbare zaal zullen de weg naar een goede revalidatie stimuleren.

De vele soorten soloapparatuur

Solo apparatuur bestaat uit een ontvanger en een zender. Er zijn tientallen soorten soloapparatuur in de prijsklasse van 200 € tot 1700 €; de duurste zijn klein, hebben bluetooth waar niet iedereen behoefte aan heeft. Op leenbasis bij incidentele gebruik kan men volstaan met een eenvoudiger uitvoering in de prijs klasse 300 tot 500 €. Een nadeel van soloapparatuur is het beheer en de zorg voor een goede oplading. Dit wordt vergemakkelijkt door de aanschaf van sets waar een zender en 10 tot 12 ontvangers in een keer kunnen worden opgeladen. Dit vergemakkelijkt tevens het beheer omdat met een oogopslag men kan zien wanneer er een ontbreekt. Het is redelijk bij het uitlenen een borg te vragen (identiteitsbewijs, OV-kaart, speciaal pasje). Het meenemen zal veelal achteloos gebeuren want zonder zender (met specifieke kanaalinstelling) kan men de ontvanger niet gebruiken. Kiezen voor soloapparatuur heeft de voorkeur wanneer de aanleg van een ringleiding te bewerkelijk is of op problemen stuit.

Belangstellenden kunnen bij Oorakel (www.oorakel .nl) informatie vragen over de verschillende types apparaten en een keuze maken; eventueel kan men zelfs deskundig advies krijgen. Vaak blijkt bij navraag dat, ondanks dit advies, men enkele maanden later nog steeds met hetzelfde probleem rondloopt, enerzijds omdat men de financiering niet rond heeft gekregen, anderzijds omdat men twijfelt of het een goede investering is gezien de incidentele behoefte. Afhankelijk van de invulling in de toekomst, is er bij centrale invulling per stad veel voor te zeggen dat men een zekere standaardisering nastreeft. Individueel kan men dan eventueel zelf een ontvanger kopen die overal geschikt is (let wel op kanaalinstelling). Dit maakt gezamenlijk inkoop mogelijk.

Bij loketten is loketringleiding of een ringleiding in de vloermat, in combinatie met duidelijk spreken van het personeel ook een aanvaardbare oplossing. Indien onvoldoende dan kan men het overleg eventueel schriftelijk ondersteunen. Het is raadzaam het betrokken personeel periodiek bij te scholen op dit gebied.

Bij mensen met een licht hoortoestel is soloapparatuur alleen, vaak beter dan soloapparatuur in combinatie met het hoortoestel. Dit geldt zeker bij ouderen, maar uiteraard slechts voor incidenteel gebruik omdat het soloapparatuur een nadeel heeft dat het groter is dan het hoortoestel. De meeste soloapparatuur hierboven werkt via FM signaaloverdracht. Er is ook de mogelijkheid van infrarood geluidsoverdracht. Echter, dit wordt gestoord door materialen; men moet dan vooraan in de zaal gaan zitten.

Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat bij centrale voorziening veelal soloapparatuur de voorkeur verdient gezien het grote aantal auditief gehandicapten dat hier voordeel van heeft. Echter de categorie ernstig slechthorenden is het best geholpen met een ringleiding welke meestal toch beter scoort dan solo-apparatuur. Indien een zaal (nog) geen ringleiding heeft dan kan men in voorkomende gevallen een mobiele ringleiding huren bij een ringleiding instructeur van de NVVS dan wel een schrijftolk inhuren (zie deze Website, voor een regeling kan men bij Menzis 30 uur gebaren- dan wel schrijftolk per jaar aanvragen tbv vrije tijd en via UWV: 1/5 van de werktijd aan tolkuren.

Uiteraard dient elke vaste ringleiding gecertificeerd te zijn (NVVS heeft een keuringsinstantie). De aanwezigheid van een ringleiding dient men duidelijk aan te geven en uiteraard moet de ringleiding automatisch aanstaan als ook de audio installatie aan wordt gezet.