wees auditief toegankelijk
Blog » Historie

Achtergond info

De Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden (NVVS) bestaat al ruim 100 jaar. In het begin had men om beter te horen een zg hoorhoorn. Vele jaren later werden de eerste hoorapparaten ontwikkeld. Deze waren toen nog niet draagbaar door de vele kathodebuizen die ze bevatten. Het onderscheid tussen doof en slechthorend lag toen tamelijk sterk in de richting van doof. Met betere hoorapparaten konden uiteindelijk zelfs slechthorenden met een zware handicap de communicatie weer verstaan, tevens kwamen er operaties zoals de cochleaire implantatietechniek waarmee volledig dove mensen weer konden horen en zelfs bijzonder goed konden verstaan.

Aan de andere kant treedt er in Nederland een sterke vergrijzing op, meer mensen hebben dus last van ouderdomsdoofheid. Ze zijn dan op een leeftijd dat ze niet meer zo snel op een hoorapparaat over gaan met als gevolg dat men zich isoleert en op den duur zelfs niet meer voor zichzelf kan zorgen. Ook door de vele soorten harde muziek en herrie producerend gereedschap is er een toename van slechthorendheid, al bij jonge mensen. Hieronder enkele grafieken:  

Auditief gehandicapten in Nijmegen. In Nijmegen is 11% van de mensen auditief gehandicapt; dit betreft 18.000 mensen, waarvan 6500 hoortoesteldrager. De leeftijdsverdeling is als volgt: http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o5546n17764.html

 

Figuur: Verstaanbaarheid (met hoorapparaat) in een groep van >3 personen, afhankelijk van de leeftijd. Met het ouder worden neemt het aantal klachten over het verstaan sterk toe. Boven 65 jaar heeft 10% van de mannen (vergelijkbare cijfers voor de vrouwen) grote moeite met de verstaanbaarheid. Zij hebben extra apparatuur nodig zoals een ringleiding of solo apparatuur (= persoonlijke ringleiding).

 

 

Remedie: hoorapparaat (eerste keuze); effect niet vergelijkbaar met bril

Problemen bij rumoer en in een grote ruimte: auditief gehandicapten inclusief doven: 

  • Hebben problemen met de ‘medemens te ontmoeten, daardoor komen ze moeilijker tot sociale verbanden’ (WMO)
  • Hebben ‘onzichtbare’ handicap waarvoor men zich vaak schaamt, bemoeilijkt sociaal contact
  • Isolatie eerder dan assertiviteit t.g.v. vicieuze cirkel
  • Medemens kan er moeilijk mee omgaan; weinig compassie en verliest geduld met complexe situatie t.g.v. disinformatie
  • Qua inzet meestal zeer gemotiveerd als compensatie van het sociaal disfunctioneren
  • Eenzaamheid (top 8 van chronische ziekten); slecht georganiseerd itt ‘vroeger’
  • Verminderd zelfvertrouwen (plaats 6 uit 8)
  • Neerslachtigheid (plaats 4 uit 8)
  • Voorzieningen om sociaal goed te functioneren slecht of ongebruikt→verlies menselijk kapitaal
  • Kan de WMO beweging met tweeledige doelstelling hier verandering in aanbrengen?

v      Zorg voor goede voorzieningen, voorkom kastje naar de muur situaties

v      Zorg voor goede informatie (zie: Handreiking WMO en auditieve beperkingen met tips, zie ook verder: publieksinformatie 1 en 2). 

Waar behoefte aan? 

  • Informatie bij het publiek: inzicht in situatie (prestatieveld 3)
  • Goede voorzieningen waar men als individu noch als groep niet steeds weer om moet vragen (prestatieveld 5,6)
  • Mantelzorg voor ouderen (prestatieveld 4). 

Publieke informatie (1)

  • Algemene informatie over slechthorendheid/doofheid
  • Doof: aparte groep in de maatschappij; communicatie met gebarentaal
  • Slechthorend, diverse categorieën: vroeg-, plots-, ouderdomsdoofheid- ieder met eigen benadering
  • Epidemiologie slechthorendheid en hun vermogen te verstaan (zie figuur). 

In de figuur wordt aangegeven dat (v.r.n.l. onderaan): met toenemende leeftijd het percentage bewoners dat slechthorend is en een hoorapparaat zal dragen sterk toeneemt, vooral vanaf 60 jaar. Ouder worden gaat dus veelal gepaard met een auditieve handicap welk een extra inspanning vraagt betreffende de zelfredzaamheid. De blauwe balken geven aan dat ongeveer 3% van de personen met een gehoorverlies >35 dB een tweegesprek in een stille omgeving niet kan volgen, ondanks een hoorapparaat; op hogere leeftijd stijgt dit tot 10%. In een rumoerige omgeving liggen deze percentages veel ongunstiger: meer dan 60% van de ouderen verstaat het dan niet meer.